Werknemers hebben het afgelopen jaar fors meer ingelegd op levensloopregelingen, blijkt uit cijfers die het Centraal voor de Statistiek (CBS) maandag publiceerde. In totaal hebben werknemers 908 miljoen euro in de levensloopregeling gestopt in 2009.
Hiermee is de inleg voor het eerst sinds de invoering van de levensloopregeling gestegen. De stijging bedraagt 10 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Een belangrijke oorzaak voor deze kentering is de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd. Een andere verklaring is dat er door de crisis meer interesse is in spaarvormen in het algemeen.
Met een levensloopregeling kunnen werknemers via hun werkgever belastingvrij sparen. De pot die heermee aangelegd wordt, mag maximaal 210 procent van het bruto jaarsalaris bedragen. Per jaar mag hooguit 12 procent van het brutoloon hiervoor opzij gezet worden.
Het spaargeld dat een werknemer opbouwt met de levensloopregeling kan bijvoorbeeld gebruikt om een periode onbetaald verlof te financieren of om eerder met pensioen te gaan.
Het totale bedrag dat eind vorig jaar in levensloopregeling omging was 3,3 miljard euro. Het overgrote deel, bijna drie kwart, hiervan staat op een spaarrekening. De rest zit in een beleggingsverzekering of een beleggingsfonds.