Sinds 1893 kent Nederland de hypotheekrenteaftrek. De fiscale regeling wordt al jarenlang gezien als een instrument om het eigenwoningbezit te bevorderen. Uit onderzoek van het Historisch Nieuwsblad blijkt nu dat politici destijds een heel ander doel voor ogen hadden.
De hypotheekrenteaftrek werd tegelijkertijd ingevoerd met de eerste inkomstenbelasting. De minister van Financiën Nicolaas Pierson vond dat de eigen woning als een bron van inkomsten gezien kon worden omdat deze verhuurd kon worden. Dit kon de verhuurder een aardig zakcentje opleveren. Als de woningeigenaar zelf in de woning woonde dan verhuurde hij volgens de minister het huis aan zichzelf. Om deze reden moest de huurwaarde van de woning bij het belastbare inkomen worden opgeteld. De kosten die de belastingplichtige moest maken om zijn inkomsten te verwerven mochten van het belastbare inkomen worden afgetrokken. Zo ook de hypotheekrente.
Woningbezit bevorderen
Het idee dat hypotheekrenteaftrek is ingevoerd om het eigen woningbezit te bevorderen werd pas na de Tweede Wereldoorlog gebruikt. In de jaren ’90 werd deze gedachte pas gemeengoed. De onderzoekers van Historisch Nieuwsblad noemen de huidige motivatie om de renteaftrek te behouden een gelegenheidsargument. Volgens hen voert de renteaftrek de huidige woningprijs alleen maar op en wordt het voor starters alleen maar moeilijker om een eigen woning te kopen.