Iedereen die stopt met werken - met pensioen gaat - zal toch op de een of andere manier zijn eten, kleren en onderdak moeten betalen. Hiervoor zal in de voorliggende periode iets opzij gezet moeten worden. Er zijn voor deze opbouw een aantal - standaard - mogelijkheden;
Via de AOW: Dit gebeurt verplicht via de overheid middels de volksverzekering Algemene Ouderdomswet. Dit is een levenslange uitkering ná de 65 jarige leeftijd, waar iedereen, die in de leeftijd tussen 15 en 65 in Nederland heeft gewoond of gewerkt, evenredig recht op heeft.
Het pensioen: Veel werknemers hebben al dan niet verplicht een pensioen-opbouw, waar afhankelijk van de pensioenregeling en het aantal deelname-jaren een periodieke uitkering uitkomt.
Een lijfrente verzekering: Naast de opbouw via de AOW en het Pensioen hebben veel mensen als extra aanvulling een lijfrente verzekering. Er wordt in de loop der jaren kapitaal opgebouwd en dit kapitaal wordt meestal aangewend als aanvulling op het inkomen naast de AOW en het pensioen. Lees hier meer over lijfrentes
Er zijn nog een aantal ander - minder voorkomende - mogelijkheden:
De Levensloopregeling: Per 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd om langer en flexibeler werken te stimuleren. De meeste werknemers kunnen jaarlijks tot maximaal 12% van het bruto-inkomen op een speciale rekening zetten en dit op een later tijdstip - voor verschillende doeleinden - opnemen. Vandaag maakt nog maar 5% van de werknemers gebruik van deze regeling. Lees hier meer over de levensloop
Overig: Uiteraard is er nog de mogelijkheid om het inkomen aan te vullen, of te leven van onbelast kapitaal; denk hierbij bijvoorbeeld aan spaargeld ('cash'), huuropbrengsten uit beleggingspanden of een onbelaste uitkering uit een kapitaal verzekering.